1929, Terneuzen Mijn boeket voor Wilhelmina bestond uit gele theerozen.
De burgemeester had mij van te voren gezegd, dat ik niet mocht praten met de koningin.
Maar toen ik de bloemen overhandigde, zei ze zelf tegen me:
"Wat ben je mooi!" en ik antwoordde, dat ik een zondags costuum aanhad. Waarop zij mij weer vroeg, of ik dat altijd droeg!
Mijn antwoord luidde: "Nee, majesteit, dat draag ik ter ere van u!"
De andere meisjes waren meteen klaar, want zij hadden zonder iets te zeggen hun boeketten afgegeven, toen ik nog stond te praten.