Houthandel
vergroot foto

Houthandel

Ted Raaymakers
Mijn over-overgrootouders hadden al een kuipemakerij; ronde tonnen waar olie, wijn e. d in bewaard konden worden. Ze hadden daar ook een café bij. Maar dat was aan de rand van Helmond.
Op dezelfde plek ontstond later een groothandel in hout. De zaak werd steeds overgenomen door de oudste zoon. Helmond bleef de hoofdvestiging: Mierlooseweg 130. Ik ben daar opgegroeid in het woonhuis aan de overkant. Tegen die tijd was het een familiebedrijf geworden. Mijn broer kreeg, nadat hij uit Indië was teruggekeerd in 1948, het beheer over dit filiaal in Den Bosch. Het complex stond tussen de bebouwing. Mijn broers gingen allemaal na de HBS naar de internationale houtschool in Zweden. Ze gingen erheen met de vrachtboot; diezelfde vrachtboot leverde het hout bij ons af. Ik herinner me nog hoe het hout werd afgeleverd; de boot legde aan in het Wilhelminakanaal in het cetrum van Helmond. Wij woonden aan de rand van Helmond. Achter het huis hadden we stallen waar werkpaarden, zgn. Belgische trekpaarden, stonden. Elk paard trok een boomstam met een doorsnee van meer dan anderhalve meter; om de boom waren kettingen bevestigd. Het andere uiteinde van de boomstam hing met kettingen aan de "Mallejan". Die bestond uit twee grote houten wielen met daartussen een dwarsboom, de as genoemd. Die draaide mee met de bewegingen van het paard. Er waren altijd een hoop werklui bij (mankracht). Om de zoveel tijd ging mijn vader zelf naar Zweden om zelf de bomen uit te zoeken; het was hardhout.
Mijn vader was voorzitter van de Nederlandse Houtbond. Iedere week, op maandag, was er vergadering in Amsterdam in Krasnapolsky. Mijn vader had altijd kamer 3 in Krasnapolsky. Vaak ging mijn moeder mee, en ik ben ook wel eens mee geweest. Wij sliepen dan ook in kamer 3. Terwijl mijn vader vergaderde ging mijn moeder de stad in om juwelen en antiek te kopen en te verkopen; een uit de hand gelopen hobby.
Verhalen van Vroeger is een initiatief van Stichting Tijdgeest